Jungiaans persoonlijkheidsprofiel

 

 

Jung: Psychologische Typen

Carl Gustav Jung was een Zwitsers psycholoog, die begin twintigste eeuw opmerkelijke en inzichtgevende observaties deed omtrent de menselijke natuur. Rond 1920 ontdekte Jung, een voormalig student van Sigmund Freud, dat de typische manier waarop we informatie verwerken, inzicht geeft in waarom we handelen zoals we handelen en voelen zoals we voelen. Meer specifiek merkte hij op, dat we onszelf beter begrijpen als we de wijze begrijpen waarop we waarnemen. Jung identificeerde twee kernprocessen, die hij noemde:

Waarnemen (Perceiving): het krijgen, opnemen van informatie

en

Beoordelen (Judging): het organiseren van informatie en tot conclusies of beslissingen komen

 

Jung identificeerde twee alternatieve wijzen van het waarnemen van informatie, die hij Ontdekken (Sensing) en Intuïtie (Intuïtion) noemde. En twee alternatieve wijzen van het beoordelen van informatie, die hij Denken (Thinking) en Voelen (Feeling) noemde. Bovendien ontdekte hij dat deze vier mentale processen gericht kunnen zijn op ofwel de buitenwereld van mensen en dingen, ofwel de innerlijke wereld van gedachten en ideeën. Hij noemde het gericht zijn op de buitenwereld Extraversie (Extraversion) en het gericht zijn op de eigen binnenwereld noemde hij Introversie (Introversion). Dus Jung besefte dat er vier basis psychologische processen werkzaam zjn, die zowel gericht kunnen zijn op de buitenwereld als op de binnenwereld, dit betekent dat mensen hun psyché (geest) op één van deze acht manieren gebruiken.

 

Jung merkte op dat mensen, zoals ze ook een voorkeur hebben voor de hand waarmee ze schrijven of de voet waarmee ze tegen een voetbal stampen, ook een voorkeur hebben op het vlak van de mentale processen de ze gebruiken om waar te nemen en te beoordelen. Hij beschreef hoe deze verschillen, ook leiden tot typische persoonlijkheidsverschillen tussen mensen. Dit is de essentie van Jung zijn theorie over psychologische typen, die beschrijft hoe onze voorkeur voor deze mentale processen van waarnemen en beoordelen, beïnvloeden hoe we in ons dagelijks leven voelen, denken en handelen.


De dynamische aard van psychologische typen


Nadat hij zijn werk over psychologische typen in 1921 publiceerde, besteedde Jung hier nog maar weinig aandacht aan. Toch werd het belang van zijn werk herontdekt door Elizabeth Myers and Catherine Briggs. Zij realiseerden zich dat als ze Jung zijn ideeën, ook praktisch wilden toepassen, ze een methode moesten bedenken om het psychologsch type van een persoon te kunnen vaststellen.
Myers and Briggs publiceerden de eerste type indicator in 1949. Ze ontwikkelden het nu beroemde 4-letter type als een korte manier om iemands psychologisch type te beschrijven. De volgorde van deze 4 letters geeft bovendien ook een inzicht in de volgorde waarop de psychologische processen zich bij voorkeur manifesteren in iemands dagelijkse leven.

Om de dynamische relatie tussen deze psychologische processen te ontdekken dien je de twee middelste letters onder de loep te nemen. S (Sensing) of N (iNtuïtion) voor de wijze van waarnemen en T (Thinking) of F (Feeling) voor de wijze van oordelen. Zij worden functies genoemd. Voor elk type, zal één van deze functies dominant zijn en deze dominante functie wordt gebruikt in de buitenwereld (E: extraversion) of binnenwereld (I: Introversion). Dus extraverte mensen gebruiken hun dominante functie in de buitenwereld en introverte mensen gebruiken hun dominante functie in de binnenwereld. De functie die dus niet voorkomt in de twee middenste letters, wordt de hulpfunctie genoemd. Dit als de S en T voorkomen in de 4-lettercode, zijn de N en F hulpfuncties.

 

Dus introverte mensen gebruiken hun hulpfunctie in de buitenwereld, terwijl de dominante functies hoofdzakelijk in de binnenwereld gebruikt wordt. Terwijl extraverten hun dominante functies vooral gebruiken in de buitenwereld en hun hulpfuncties in de binnenwereld.

Ontdekken (Sensing) betreft het onmiddellijk ontvangen van informatie door de zintuigen. Dus mensen die deze vorm van waarnemen gebruiken, richten zch op de feiten in een gegeven situatie en op duidelijke gegevens.

Denken (Thinking) betreft de logische analyse van informatie op basis van oorzaken en gevolgen. Dus mensen die deze vorm van oordelen gebruiken benaderen het leven op een rationele, analytische wijze, zoekend naar logische relaties tussen gebeurtenissen.

Als je EXTRAVERT bent, richt je je meer op de buitenwereld. Je haalt je energie vooral uit het omgaan met andere mensen. Als je INTROVERT bent richt je je meer op de eigen binnenwereld. Je haalt je energie vooral uit het op jezelf bezig zijn, door te reflecteren of bezig te zijn met ideeën of gevoelens.


Als je ONTDEKKEND te werk gaat, richt je je vooral op feiten en details. Kortom vertrouw je op de realiteit, op wat vast te stellen is. Als je INTUÏTIEF te werk gaat richt je je meer op verbanden, theorieën en toekomstige mogelijkheden.


Als je een DENKER bent, neem je beslissingen op basis van een logische en objectieve analyse. Als je een VOELER bent neem je vooral beslissingen die harmonie zullen creëren, je steunt daarbij op persoonlijke waarden.


Als je een OORDELER bent, ben je georganiseerd en ordelijk en maak je snelle beslissingen. Als je een WAARNEMER bent, ben je eerder flexibel, kan je je snel aanpassen en hou je alle opties liefst zo lang mogelijk open.

 

Jungiaanse Persoonlijkheidstest (JPT)

 

Op basis van bovenstaande theorie ontwikkelde PsychoMirror© de Jungiaanse persoonlijkheidsprofiel-vragenlijst (JPPV). Op basis van deze test verkrijgt u de vierlettercode en een uitgebreide beschrijving van uw persoonlijkheidstype aan de hand van deze theorie.